Gamecultuur leesvragen week 2

Hieronder beschrijf ik tekstvragen, drie tekstvragen en één kadervraag, voor hoorcollege 2 van de cursus gamecultuur. De vragen hebben betrekking op de literatuur die ik hieronder noem:

Raessens, J. Computer Games as Participatory Media Culture. Hoofdstuk 24, pp. 373-388.

On page 378 Raessens claims that “…looking trough … ideologically presupposed rules of the medium is in my opinion a form of participatory culture.” Raessens does not use any argument to support his claim. Is he right?

Salen, K. & Zimmerman, E. Game Design and Meaningful Play. Hoofdstuk 4, pp. 59-79.

Salen & Zimmerman think that all games should be meaningful; discernable and integrated (pp. 61-62). However, the gamer decides what meaningful means. Is it possible that a gamer does not need discernable and integrated experiences in order for a game to be meaningful?

Prensky, M. Computer Games and Learning: Digital Game-Based learning. Hoofdstuk 6, pp. 97-122.

Prensky speaks about ‘effective learning’. What exactly means effective learning for Prensky?

Kadervraag: all authors adress “Interactivity”. Should we follow Raessens and use the notion of participation instead?

Dit bericht is geplaatst in overig met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.